|
Vincent van Gogh werd geboren op 30
maart 1853, in het zuiden des lands. Hij leerde te schilderen bij Goupel &
Cie, internationale kunst handelarenmet een hoofdkwartier in Parijs.
Hij raakte verveeld door zijn werk en
verhuisde naar Londen en weer naar Parijs, waar hij besliste dat hij zijn
verdere leven als priester wou leven.
In 1876 keerde hij terug
naar Engeland en werd leraar en assistent prediker. In 1877 ging hij naar
amsterdan, maar hij werd geweigerd op de theologische school, dus besloot
hij naar een missionarie bij Brussel. In 1878 vertrok hij wederom, dit keer
naar Borinage, een kolenmijn gemeenschap het zuiden van Belgie.
In 1880 besloot hij uiteindelijk om
kunstenaar te worden. Van Gogh was een bekende schilder, maar zoals bij zo
veel kunstenaars werd hij pas echt erkent na zijn dood. Hij had een speciale
manier van schilderen, hij tekende als geen andere kunstenaar.
De
meeste van zijn werken genieten internationale bekendheid, maar zijn
bekendste schilderij is een van zijn zelfportretten.
In dit schilderij kun je hoe hij
lijnen gebruikt om de rondingen in de achtergrond weer te geven met blauwe
schaduwen.
In dit perspectief kun je het rechter
oog niet goed zien, maar als dat wel get geval was geweest zou het je
waarschijnlijk opvallen dat ze verschillend gekleurd zijn, een groen en de
ander blauw. Tenminste, dat is wat je zou verwachten gezien zijn andere
zelfportretten. |